Schipbreuk in het paradijs

Labels:

Ronduit ernstig is mijn medische situatie nadat ik vijf jaar geleden tijdens een vakantie in Indonesië met mijn vriendin voor een bootreis koos. Met de boot; we hadden de tijd en het verkeer en de luchtvaart hebben daar een niet al te beste reputatie. Met achttien andere toeristen en vijf bemanningsleden varen we van Lombok naar Komodo. Om één uur ‘s nachts, op open zee, wordt alarm geslagen: de boot maakt water en begint te zinken. We staan op het achterbalkon van het schip en wachten  tot er een noodsignaal uitgaat. Maar… er blijkt geen communicatieapparatuur of noodhulpmiddelen aan boord te zijn. Wie weet dat we hier zijn en in nood verkeren?  Het schip zinkt verder. Urenlang staan we in de donkere nacht op het achterbalkon dat nog uit de zee steekt. Het houten schip brokkelt stukje maar beetje af in de donkere woeste golven.

We kunnen niet anders dan de sloep in. Het is met een touw aan het schip bevestigd. Er passen maximaal zeven personen in. De rest springt in zee en houdt zich stevig vast, terwijl resten van het schip keer op keer met de golven tegen ons aan komen. Bijna iedereen heeft bloedende wonden aan handen, armen en benen door de splinters en spijkers.

Land in zicht!

Als het licht wordt zien we een eiland, een werkende vulkaan. We besluiten er met de gehele groep heen te zwemmen. Om beurten trekken we de sloep mee. Sommigen besluiten de groep te verlaten en met elkaar naar het eiland te zwemmen. Later blijkt dat het eiland op acht kilometer afstand ligt en we door de stroming worden meegevoerd. Met die bloedende wonden denkt iedereen hetzelfde: zijn hier haaien? Maar die vraag aan elkaar stellen durven we niet. Door het peddelen met splinterende planken en het telkens in en uit de aluminium sloep klimmen, rijten de wonden steeds weer open. Het zoute water prikt enorm in die wonden, maar houdt het ook wel schoon. Urenlang in het water liggen geeft een soort ‘afwasvingers’; week geworden en rimpelige huid, maar dan over mijn hele lichaam. Hierdoor gaat mijn huid nog makkelijker open. Haaien zien we niet, wel fluorescerende algen, die ons in nek en gezicht prikken. Vreemd genoeg vergapen we ons soms ook aan de prachtige omgeving, mooie luchten tijdens zonsopkomst en -ondergang boven ons en de felblauwe zee waarin we zwemmen. Maar als ik een pijlstaartrog bewonder die gracieus vlak onder mij door zwemt, verandert die bewondering in lichte paniek: dit is een potentieel dodelijk dier en ik kan geen kant op. De meeuwen cirkelen boven ons alsof ze aasgieren zijn. Het geeft een erg macaber gevoel. Zou een van de opvarenden al overleden zijn?


Zeewater drinken of niet?

De tijd verstrijkt, uur na uur. Honger hebben we niet, wel veel dorst. Door de golven krijgen we veel zout water binnen. In combinatie met de felle zon en hitte drogen onze lippen uit, met kloven tot gevolg. Weer een golf en nog een. Het zoute water doet ons verlangen naar… nog meer water, maar dan drinkwater. We bespreken, terwijl we ons krampachtig vasthouden aan de sloep, of we onze urine moeten drinken, maar besluiten dat dit altijd nog kan. Op verzoek van een mede-opvarende en in een poging om onszelf nuttig te maken, probeer ik wat zeewater te filteren van zouten. Ik houd een bodempje in een hoosemmer in de felle zon; tevergeefs natuurlijk. Al is het moment van een klein beetje controle uitoefenen op deze machteloze situatie wel erg belangrijk voor mijn mentale gesteldheid. Na maar liefst veertig uur zwemmen en overleven in zee word ik, samen met twaalf anderen, bij toeval gered door vissers. Niet iedereen overleeft deze ramp.

De redding

Wij zijn door de sterke stroming 100 kilometer afgedreven. Gewond en uitgedroogd worden we naar een primitief klein ziekenhuis op Soembawa gebracht. Het personeel is erg aardig, maar helaas blijkt de medische zorg niet toereikend. Mijn hoognodige infuus om de uitdroging tegen te gaan wordt in het eerste ziekenhuis niet goed aangelegd. Het vocht dat ik nodig heb krijg ik pas een dag later binnen. Flessen schoon water zijn er niet. Midden in de nacht haalt een verpleegster, erg lief, voor elk van ons een klein flesje water, dat we in twee slokken opdrinken; het is  verre van toereikend in onze situatie. De matrassen op de bedden zijn kapot en niet schoon, bebloede verbanden liggen open in rieten manden die vervolgens door rondlopende honden en katten eruit worden gehaald. En de wc kan de vergelijking aan met eerdere toiletten die ik zag op treinstations in India, alleen had ik toen schoeisel aan en de keus om door te lopen. Nu moet ik wel, op blote voeten. In een groter ziekenhuis op Soembawa is de zorg en hygiëne iets beter, maar pas op Bali, in een modern Australisch ziekenhuis is het goed. Na een week worden mijn vriendin en ik naar huis gerepatrieerd – we krijgen veel hulp van het Nederlandse consulaat op Bali en van de alarmcentrale die we via de reis- en de zorgverzekering inschakelen.

Op zee besluiten we al dat we psychologische hulp nodig zouden hebben. We volgen na thuiskomst beiden meerdere EMDR-sessies. Ik schreef het boek Schipbreuk in het paradijs over deze ervaring, wat ook veel hielp bij de verwerking.

Tip van Dirk:

  • Zorg altijd voor een goede reisverzekering
  • Overweeg vaccinatie tegen hepatitis B als je lang of geregeld reist.
  • Laat je thuisfront geregeld weten waar je bent en wat je gaat doen op reis.